Populaire soorten

De kenmerken

De kleuren zijn talrijk, van geel, wit, crème, roze, groen, rood, oranje, paars, brons tot allerlei tweekleurige varianten. De bloemgrootte loopt uiteen van 1 tot 14 centimeter. Het hart van de bloem heeft buisvormige bloemetjes. Daaromheen liggen platte schutblaadjes in kransvorm. De vlezige en wat grillig gevormde bladeren staan verspreid langs de stevige steel van de bloem.

De kenmerken

De kleurenvariatie is heel groot, maar de meest geliefde zijn oranje, geel, rood, paars, zalm, wit, roze en tweekleurig. De lange stengels van de gerbera zijn behaard, waardoor ze er wollig uitzien en zacht aanvoelen. De bloemen bloeien aan het einde van de bladloze stengel en hebben een doorsnee van 12 – 16 centimeter.

 

De kenmerken

De bloemen van de gladiool bloeien symmetrisch aan weerszijden van de stengel. De bloemen groeien in aren en hebben twee schutbladeren. In het midden van de bloem zitten opvallende, rozerode meeldraden. De grootbloemige soort haalt een stengellengte van 150 centimeter, de kleinbloemige komt tot 50 centimeter

De kenmerken

De iris kent zoals gezegd een rijke variatie aan kleuren. De bloemen hebben een doorsnee van 5 tot 12 centimeter. Drie grote afhangende bloembladen (slippen) vormen het uiterlijk beeld van de bloem die erg sierlijk is. Dit specifieke uiterlijk maakt de iris uniek. De bloem lijkt nog het meest op een lelie of orchidee, twee andere grootheden in sierlijkheid.

 

De kenmerken

Een leliebol is geschubd met vlezige bladdelen. Lelies maken in tegenstelling tot andere bollen ook wortels aan de zijde waar de stengel uit de bol komt. De bloem van de lelie is klokvormig. Veel lelies hebben een heerlijke maar ietwat zware geur.

De kenmerken

De bloemen van de narcis hebben een licht hangende kop met een zogeheten bijkroon. Het bekendste voorbeeld daarvan is de trompetvormige bijkroon van de trompetroos. De meest voorkomende kleuren bij de narcis zijn geel en wit, maar er komen steeds meer kleurvariaties op de markt door het kweken van nieuwe soorten.

De kenmerken

De bloemen van een roos groeien en bloeien zowel in groepen als los van elkaar. Elke bloem bevat veel meeldraden. Het blad van de roos is samengesteld uit meerdere kleinere blaadjes, die veersgewijs aan de stengel zijn verbonden. De stengels en takken van de roos bevatten doorns.

De kenmerken

Tulpen hebben zachte en kwetsbare stelen die enigszins krom groeien in een vaas. Het bijsnijden of herschikken van de bloemen zal daarom soms nodig zijn. De bladeren liggen vanuit de basis kelkvormig om de stengel heen en vormen met de tulp zelf het karakteristieke beeld van de tulp. De Tulpen zijn reukloos en hebben dus vooral decoratieve waarde.